Zie je je kat bijna nooit drinken? 

Drinkt jouw kat uit glazen of kommen die op het aanrecht achterblijven? 

Heb je je kat al eens betrapt met zijn kop in het toilet? 

Gaat jouw kat altijd buiten drinken? 

Wil jouw kat steeds van de kraan likken? 

Heeft jouw kat urineweg- of nierproblemen? 

 

Kortom, drinkt jouw kat ook te weinig of op de verkeerde plaats?

 

Dat probleem is vaak te wijten aan de voorkeuren voor drinkplaatsen van katten.

Verstaan waarom en welke drinkplaats een kat verkiest, kan zijn drinkpatroon volledig veranderen. Je kan jouw kat aanmoedigen meer te drinken, als je drinkplaatsen voorziet die voor hem ideaal zijn.

Tips om je kat meer te laten drinken

Plaats van de bak

 Een kat wil niet drinken in het bijzijn van voeding. Drinkwater in de buurt van voeding is volgens jouw kat per definitie gecontamineerd. Denk maar aan een kat die een muis eet naast een plas water, lijkt het verstandig niet van die plas te gaan drinken als er net een muis in verscheurd werd. 

 Katten zijn roofdieren maar tegelijkertijd ook prooidieren. Ze houden daarom graag overzicht over de ruimte op momenten die ze kwetsbaar maken, zoals bv tijdens het eten, drinken en naar het toilet gaan. Wanneer drinkbakken in de hoek worden gezet en de kat daarachter moet gaan zitten, kunnen roofdieren vanuit de hele ruimte de kat besluipen. Plaats daarom een kom een 30tal cm van de muur af, zodat de kat achter de kom kan zitten. Zo kan hij de hele ruimte in de gaten houden terwijl hij drinkt. 

 Verspreid drinkplaatsen op veilige plekken en op doorgangen. Veilige plekken zijn plaatsen waar het kalm is en waar de kat zich op haar gemak voelt. Doorgangen zijn de wegen die de kat aflegt in huis. Je hebt misschien al gemerkt dat jouw kat vaker langs muren en kasten schuurt om een bestemming te halen dan recht door het midden van de ruimte loopt. Een kat gebruikt vaste wegen om door het territorium te lopen. Op die kattenstraten moet je water voorzien. 

 Zet buiten ook drinkbakken die aan dezelfde regels gelden als binnen. Plaats ze in de schaduw en houd ze in de gaten voor vuil en blaadjes.

 

Vorm van de bak

 Drinkbakken moeten voldoende breed zijn, met een diameter van minsten 20 cm of meer. De snorharen mogen de randen van de bak niet raken als de kat drinkt. Snorharen dienen als tastorgaan en zijn heel gevoelig. Het is voor de kat daarom heel onprettig uit een bak te moeten drinken waarbij zijn snorharen moeten krullen of de boorden van de kom raken. 

Vermijd bakjes van plastiek of ijzer en kies alleen voor glas, keramiek, porselein,…

Wissel eventueel lage kommen af met hoge vazen, waarbij het water tot aan de rand gevuld is. Bij hoge vazen moet je er op letten dat het een stabiele voet heeft, die minstens even breed is als de opening van de vaas. 

Probeer ook eens een zuurstofplantje aan het water toe te voegen, dat zal het water lekkerder maken. 

Fonteintjes bieden geen meerwaarde voor de kat en moeten niet aangeboden worden. Als jouw kat een fonteintje geweldig vindt, kan je het natuurlijk laten staan. Heb jij een kat die ook wel eens rechtsreeks van de kraan wil drinken, probeer hem dat dan zo veel mogelijk te laten doen. Hoe meer jouw kat drinkt, hoe beter. 

 

Inhoud van de bak

Regenwater wordt vaak lekkerder bevonden dan kraantjeswater. Gebruik eventueel gefilterd kraantjeswater. Ververs het water dagelijks. Kwalitatief natvoer bevat tot 70 % water en kan dus ook een aanvulling zijn op de waterbehoefte van jouw kat. 

 

Aantal bakken

Voorzie minstens 1 bak meer dan het aantal katten in huis, liefst zelfs meer. Hoe meer drinkplaatsen je voor jouw kat beschikbaar maakt, hoe groter de kans hij effectief zal drinken in huis. Hij zal jou daardoor gemakkelijker aangeven, welke plaatsen hij zelf verkiest. Ga gerust op zoek wat jouw kat het fijnste vindt.